W11 | De chat moet ook verder kunnen
Build AI. Run AI. Own AI. — Week W11 · 9-15 maart 2026
Ik ben deze week niet alleen met de deployment bezig. In de app groeit het werk rond bestanden en taken door: bestanden gaan naar S3, er komt een uitgebreider taakdetail en ik bouw meer zicht in op wat de runtime doet. Dat zijn precies de stukjes die bepalen of een chatantwoord ook bruikbaar wordt nadat het gesprek verdergaat.
Aan de beheerkant probeer ik tegelijk de klantinrichting herhaalbaar te maken. Terraform krijgt invoer per klant; de wrapper kiest de juiste `tfvars` en voert de module uit. In de backup-tooling komt discovery en een `DRY_RUN`: eerst tonen wat de bewerking zou doen, pas daarna echt uitvoeren. Dat vind ik een prettig patroon voor scripts met gevolgen buiten mijn laptop.
Dezelfde voorzichtigheid speelt bij n8n-credentials. De JSON-template wordt gevuld met waarden uit de gekozen omgeving. Lokaal kan ik importeren in de draaiende container; voor een remote omgeving moet de importer de juiste database en encryptiesleutel meekrijgen. “Het is een script” zegt nog niet dat het veilig is om zomaar te herhalen.
Wat ik deze week vooral zie, is dat product en beheer niet netjes na elkaar komen. Terwijl de app leert om bestanden en taken te tonen, moet ik de infrastructuurroute ook kunnen herhalen en controleren. De eerste versie van een feature of script is vaak kleiner dan het echte gebruik vraagt. Daarom wil ik niet alleen automatiseren, maar ook kunnen zien wat er al bestaat en wat de volgende stap gaat veranderen.