W07 | Een werkende flow voelde nog niet als mijn systeem
Build AI. Run AI. Own AI. — Week W07 · 9-15 februari 2026
Als ik deze week terugkijk op mijn eerste AI-experimenten, zie ik hoe snel één handige flow meer werd dan één handige flow.
Eind 2024 leerde ik n8n kennen. Begin 2025 liet ik documenten uit Google Drive ophalen en verwerken tot taken en notities. Daarna kwamen er processtatussen bij in Airtable en Supabase, audio-opslag, een spraak-naar-tekst-koppeling en Pinecone om mijn eigen notities semantisch te doorzoeken. Uiteindelijk bouwde ik ook een eenvoudige chat rond mijn profiel: een Lovable-frontend riep een n8n-webhook aan.
Dat is best een flinke keten voor iets dat begon met “ik wil mijn notities kunnen terugvinden”. De data gaat van document of audio via een workflow naar opslag en indexering; de chat moet vervolgens de relevante stukken weer ophalen. Een fout of wijziging in één stap kan dus doorwerken in de rest.
In n8n kon ik die stappen zien en snel aanpassen. Tegelijk zaten prompts en logica verstopt in afzonderlijke node-instellingen. Een workflow kopiëren betekende klonen en daarna handmatig bijhouden. En API-keys vormden de verbinding tussen allerlei diensten. Als een credential veranderde, moest ik weten waar ik die nog meer had gebruikt.
De nuttige les die ik nu uit die fase haal: een werkende prototypeketen kan aantonen dat een idee waarde heeft, terwijl diezelfde keten nog lastig te beheren is. “Het werkt” en “ik kan het veilig wijzigen en opnieuw opzetten” zijn twee verschillende criteria.
Ik wil daarom niet alleen de flow opnieuw bouwen. Ik wil ook uitzoeken hoe ik code, prompts en toegang beter kan beheren. Dat is de vraag waarmee ik naar de eerste repository kijk.