W00 | Season 0: waarom ik mijn eigen AI-platform opnieuw ben begonnen

Build AI. Run AI. Own AI. — Terugblik op 2024-2025

Build AI. Run AI. Own AI.

Ik bouw dit niet in een lab, maar middenin mijn eigen leven als zzp'er en vader — en toch ontwerp ik elke keuze alsof er een enterprise-klant op leunt: multi-tenant vanaf dag 1, secrets die nooit een mens ziet, migraties die nooit terug kunnen. Dit is het logboek van die combinatie: zelf bouwen, zelf draaiend houden, zelf eigenaar blijven — inclusief de aanname, de misser en de prijs van elke keuze.

Dit is de aanloop, vóór er een commit of weeklog is om op te hangen — en toch begint hier mijn eigen AI-platform. Alles wat ik in deze reeks ga laten zien, is in essentie de herbouw van wat hier eerst al bijna werkte.

Het probleem dat opdook

Drie kleine irritaties kwamen samen. Ik dicteer graag en veel — via Wispr Flow, via Glaido — en dat werkt thuis vloeiend. Maar zet mij op de Citrix-werkplek van een opdrachtgever, en het valt volledig stil. Daarnaast ben ik van nature slecht in opschrijven en lijstjes bijhouden — niet uit luiheid, mijn hoofd is dan al weer ergens anders. En in het bad, waar ik de afgelopen jaren veel AI-content tot me nam, ontstond het idee van soevereine AI: iedereen bouwt op jouw data, platformen bewegen te snel om er een login-afhankelijkheid op te willen hebben. Ik wilde van zoveel mogelijk dingen een eigen kopie, in eigen beheer.

De makkelijke weg die ik had kunnen nemen

Eind 2024 leerde ik n8n kennen. Begin 2025 bouwde ik mijn eerste echte workflow: documenten via Google Drive, die n8n downloadde en opsplitste in taken en notities — letterlijk mijn eerste PA-flow. Daar kwamen Airtable, Supabase en Pinecone bij, en een vroege chatinterface: de achterkant een n8n-workflow, de voorkant een eenvoudige Lovable-kopie van mijn profielwebsite op `chat.joostboogaard.nl`.

Dat werkte. Het was een leuke eerste fase. Ik had hier gewoon kunnen blijven hangen — meer n8n-logica, meer indexen, meer schermpjes op precies hetzelfde fundament.

De keuze die ik maakte en de strategie erachter

Het begon te schuren: geen versiebeheer, logica verstopt in losse n8n-node-vensters, en vooral — alle connectoren met elkaar verbonden via hardcoded API-keys. Dat viel samen met de opkomst van AI-gedreven IDE's. Ik had zelf tien jaar niet meer in een IDE gezeten, maar met simpele AI-agents kon ik dat weer oppakken — en de ideeën uit mijn n8n-omgeving bewust teruggebracht naar een eigen, zelfbeheerde omgeving: Docker, Postgres met pgvector in plaats van Pinecone.

De kernrealisatie: dit was niet van mij. Afhankelijk van andermans beleid, kwetsbaar, niet schaalbaar, geen keybeheer. Als ik wilde dat dit reproduceerbaar werd, moest ik het zelf kunnen veranderen. Dat is het moment waarop het bouwen aan mijn eigen platform begint.

Wat het kostte

Dit was geen bugfix — het was alles wat ik al had gebouwd opnieuw doen, in een omgeving waar ik eerst weer moest leren bouwen. En er was een onprettige herkenning bij: vijftien jaar eerder, met mijn eigen onderneming Jobbely, had ik al eens vergelijkbare infrastructuur nodig om wijzigingen naar verschillende omgevingen te pushen. We waren terug bij af — nu alleen met de hulp van AI.

Wat het nu oplevert en wat ik ervan leerde

Wat ik in bad bedacht als uitgangspunt — soevereine AI, eigen data, eigen beheer — is de reden waarom dit platform vanaf de eerste regel code al op multi-tenancy, eigen secrets en herhaalbare deployments is gebouwd. Niet omdat ik daar als zzp'er toevallig zin in had, maar omdat ik al één keer heb gezien wat er gebeurt als je dat overslaat.

Daarom begint deze reeks ook niet bij een architectuurbeslissing, maar bij frictie: dicteren dat stilvalt op een werkplek waar dat niet mag. Diezelfde frictie komt acht maanden later terug als een kleine, concrete feature — die frictie kwam later terug als een concrete feature.